Oud-West, Thuis Best

Oud-West, Thuis Best

Het tegeltableau ‘Oud-West, Thuis Best’ is gemaakt als kunstwerk voor de openbare ruimte, in het bijzonder een buitenmuur in Amsterdam Oud-West. Het was van september 2007 tot en met februari 2008 te zien op de kruising van de Nicolaas Beetsstraat en de Kinkerstraat. Het kunstwerk werd aangekocht door het Rijksmuseum en is nu onderdeel van de permanente opstelling in de Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum. Het werd bovendien opgenomen in de publicatie ‘De geschiedenis van Nederland in 100 voorwerpen’.

‘Oud-West, Thuis Best’ toont een traditionele afbeelding van Willem van Oranje, geflankeerd door Marokkaanse en Nederlandse vechtsporters uit de buurt en omlijst door Hollandse leeuwen, naast zowel Amsterdamse als Marokkaanse vlaggen. Blikvanger is een opzichtig gecensureerde spreuk van de toenmalige burgemeester Job Cohen: ‘Maar het zijn wel onze ***marokkanen!’. Het kunstwerk markeert de eerste samenwerking van Arno & Iris en is gebaseerd op persoonlijke ervaringen van de kunstenaars.

Arno Coenen: ‘Het werk kwam tot stand in de roerige tijden vlak na de moord op Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Ik woonde toen zelf in de Nicolaas Beetsstraat, om de hoek bij de in die dagen beruchte moskee Al Tawheed. Ik trainde regelmatig bij een sportschool in de buurt, Uchi Komi. In het midden de opstekende sociale storm, de onverdraagzaamheid en de angst, meende ik een lichtpunt te zien in het voortdurend in zijn voortbestaan bedreigde sportschooltje.’

‘Tijdens het trainen zag ik dat iedereen daar bijzonder vriendschappelijk met elkaar omgaat, meer dan waar ook in de maatschappij. Ik realiseerde mij dat dit indruiste tegen alle opvattingen over het falende multiculturalisme en de reputatie van allochtonen, Marokkanen in het bijzonder. Ik wilde vooral de verbroedering verbeelden die uitgaat van de door vooroordelen geteisterde kickbokssport. Juist samen vechten verbroedert.’

‘Dat deze opvatting niet zo vanzelfsprekend was, bleek toen we een locatie voor het kunstwerk probeerden te regelen. De combinatie van Marokkanen en kickboksen sloot vele deuren. De Hema wilde haar muur niet beschikbaar stellen uit angst voor negatieve publiciteit.’

‘Centraal in het kunstwerk staat de klassieke uitspraak van de toenmalige burgermeester Job Cohen, “maar het zijn wel onze kutmarokkanen”. We zochten contact met Cohen voor medewerking, maar ook op het stadhuis wilde men zich op generlei wijze aan het project verbinden, vandaar dat op het lijf van de burgervader in het tableau het uitgeknipte hoofd van de vader des vaderlands is geplaatst.’